Lezen&schrijven
(over van alles en nog wat)

Gezien, gevonden, bedacht, gelezen - als je erover praten kunt, kun je erover schrijven. Extra voordeel van een blog is dat je je verhaal ook kwijt kunt als er niemand in de buurt is.
Maar ieder voordeel heeft zijn nadeel. Dat geldt ook voor een blog. Want af en toe wil je wel eens commentaar, ongezouten kritiek, wat bijval desnoods. Daarvoor dient het pennetje onderaan: dat leidt linea recta naar de reactiepagina.

Reageren?
Klik hier

Kromtaal en beeldwoeker

Dat onderwijs in het Nederlands, of dat nu als eerste of als tweede taal moet dienen, een ereplaats in het verdomhoekje heeft is oud nieuws. Wat ook onze nationale trots moge zijn – klompen, tulpen, Rembrandt, Rutte, het belastingstelsel of een concern dat Van Oranje heet: onze taal is het niet. Waar een Italiaan moeiteloos de eerste regels van Dantes inferno citeert, al was het maar om te laten horen hoe verdwaaldheid klinkt, vindt Nederland het al meer dan genoeg als iemand als voorbereiding op een academische studie een aantal vragen naar aanleiding van een stukje tekst kan beantwoorden. Dan heeft de examinandus/a blijk gegeven “begrijpend te kunnen lezen” en daarmee wordt deze geacht zelfstandig een betoogje op te kunnen zetten. Hoe dat betoogje vervolgens verwoord wordt? Sla er de gemiddelde Twitter-, Facebook- of forumdiscussie maar op na.

 

Taalachterstand is inmiddels een betrekkelijk begrip geworden. In gangbaar Nederlands is “hun” inmiddels al de meervoudsvorm van “hij / zij”, en samengestelde woorden aaneen schrijven is te moelijk voor de gemiddelde communicatie deskundige. Maar gelukkig neemt niemand daar meer aanstoot aan: het meldpunt van de website SOS (Signalering Onjuist Spatiegebruik) heeft de pijp al enkele jaren terug aan Maarten gegeven. Dus staat er vrolijk “zware spullendoos” op een kleinformaat verhuisdoos, waar je uiteraard bij voorkeur kleine, lichte dingetjes in doet. En als je wasmachine meurt als een moddersloot, koop je de Stinkende Wasmachine Reiniger van HG: blijkens de verpakking verspreidt die een nog ergere stank.

 

De beroepsbeoefenaren wier dagelijks werk (hoe vaak lees ik tegenwoordig niet “wiens” als het antecedent meervoudig is?) om het Nederlands draait zijn net zo goed het slachtoffer van de veronachtzaming van hun moedertaal. “In de coranacrisis zijn duizenden mensen hun dierbaren verloren”: doodnormale nieuwstekst. Bij “verloren zijn” denk ik eerder aan het bureau gevonden voorwerpen dan aan een laatste rustplaats, maar daar valt nog over te twisten. Er zijn per slot van rekening de afgelopen honderd jaar wel meer nuances in de taal verloren gegaan; het zou me niet verwonderen als binnenkort niemand zich meer ergert aan mensen die zich ergens aan irriteren.

 

Bonter wordt het wanneer bij een poging tot bloemrijk of betekenisvol formuleren voorbij gegaan wordt aan de eigenlijke betekenis van een woord of zegswijze. Zo vraagt een christelijke omroep al programma’s lang “Voor wie steek jij een kaarsje op?” Hopelijk is de vraag ook gericht aan niet-rokers, maar dan nog blijft de vraag hoe (on)gezond paraffine is. Decennialang was de politiek de plek bij uitstek om kromme en idiote beeldspraken tegen te komen. Nu dreigt de journalistiek het stokje over te nemen als het gaat om formuleringen die taalliefhebbers de tenen doen krommen.

“In verpleeghuis Brinkhoven voltrekt zich een slagveld achter gesloten deuren” hangt dan als kop boven een artikel over het Covid-drama in een zorginstelling. De lezer moet wel meteen zien dat het erg was. Dus neme men enkele formuleringen met extra beeldende lading (“voltrekken”, “achter gesloten deuren” “slagveld”) gooie deze in een kom, even de staafmixer erop en hup, hapklare emotie. Op dezelfde manier belanden we in “een mondkapjesmaatschappij die het verlengde is van een proces dat al eeuwen bezig is”, en kan “het coronavirus opeens veranderen in zoiets als de Hulk en op hol slaan”.

 

Waren beeldspraken en vergelijkingen ooit bedoeld om iets aanschouwelijk te makenen en daarmee inhoud te ondersteunen, tegenwoordig moeten ze vooral de auteur ondersteunen. Wie voldoende wereldvreemde vergelijkingen bij elkaar sprokkelt moet wel een cursus “creative writing” hebben gevolgd. Ook hier wreekt zich het gebrek aan literaire bagage waarmee de Nederlandse abiturient de middelbare school verlaat. Bij gebrek aan voorbeelden van grote auteurs wier taal tot de verbeelding spreekt neemt de schrijver een duik in een willekeurige beeldengrabbelton. De daaruit opgedoken vergelijkingen worden ook nog eens zo geformuleerd dat de lezer er niet langsheen leest, maar over struikelt “Wat staat daar nou?” Et voilà, doel bereikt: lezer bij de les gehouden.

 

McLuhans stelling “the medium is the message” heeft daar nog een extra twist aan gegeven: het verhaal wordt voertuig voor de verteller in plaats van omgekeerd. Wat je te melden hebt waardeer je op tot “informatie”, en waar je het meldt is niet langer de kroeg of de dorpspomp, maar een  “podium” of “platform”. Daarbij krijgt ieder platform als vanzelf zijn eigen deelnemers: Bekende Nederlanders op de publieke media, brave burgers op Facebook en het droesem in de krochten van het internet. Sinds de uitvinding van de “alternatieve feiten” geeft niet alleen de vorm, maar ook de inhoud van het verhaal uiting aan die menselijke behoefte zich te profileren: iedereen zijn eigen werkelijkheid op zijn eigen platform.

 

Het zou interessant zijn om uit te zoeken of die onderscheidingsdrift zich meer dan elders in Nederland manifesteert. Ook zonder daar verschijnselen als “viruswaarheid” en “5g-pyromanie” bij te betrekken kun je stellen: bedachtzaamheid is in (het) Nederland(s) dun gezaaid. Engelsen kijken wel uit “to shoot off their mouth” of “to put their foot in their mouth”: uitdrukkingen waar het Nederlands geen tegenpool van heeft. In plaats daarvan gaan wij er prat op “geen blad voor de mond te nemen”. Geldt dat ook voor schrijven in het Nederlands? Hermans zou ooit gezegd hebben “Goed geschreven is goed gedacht”, maar een ander Nederlands gezegde dringt zich eerder op: Wie schrijft die blijft.

Maar of wat er komt te staan ook werkelijk beklijft?

 

Beter goed gedacht en dan nog even

niets neergezet dan in het wilde weg nonsens neergeschreven.

Danish DA Dutch NL English EN French FR German DE Italian IT