Kijken
(in woord en beeld)

Voor en achter de camera

Soms begint het met een plaatje – een al dan niet gelukte foto – en komt daar een verhaaltje  bij. En soms is er eerst het verhaaltje, en komt de foto achteraf.

 

Zelf vind ik daar altijd wel iets van – anders stond het niet hier. Voor wie daar ook wat over kwijt wil is het pennetje onderaan deze kolom. Kom maar op met kritiek of repliek, ik heb erom gevraagd. 

Reageren?
Klik hier

Dansen op zolder

Kongernes Lapidarium, Kopenhagen

(Sony A7Rii, Canon EF 28-105 F3.5-4,5 @50mm, 1/125s, f/5.6, ISO 1600)

 

De een verzamelt postzegels, de ander standbeelden – het is maar net waar je de tijd, de ruimte en de middelen voor hebt. Koningen hebben zoals bekend meer tijd, ruimte en middelen dan gewone stervelingen. In vier eeuwen tijd hebben de Deense royals meer beelden verzameld dan hun parken, pleinen en paleizen konden bevolken. Om al die dubbele en overtollige standbeelden in de opslag te laten verstoffen is een beetje zonde: beelden zijn er om bekeken te worden. Dus wat dan?

 

In 2014 werd in Kopenhagen in de voormalige koninklijke brouwerij het “Kongernes Lapidarium” geopend. Daarin staan 384 beelden uit de koninklijke collectie, vaak dicht genoeg op elkaar om een coronaboete te billijken. Er is een verzameling levensgrote beelden van eenvoudige streekbewonders uit Noorwegen, door de koning in de paleistuin gezet zodat hij tussen zijn onderdanen kon verkeren zonder last van ze te hebben. Een halve zaal wordt in beslag genomen door een model van het gigantische ruiterstandbeeld van Frederik V. Het origineel is nog steeds te bewonderen op het plein voor het koninklijk paleis. Toen het na twintig jaar af was, was de koning al vijf jaar dood en had het beeld vier keer zoveel gekost als het paleis. 

 

Een dwaaltocht door het lapidarium brengt je in een andere wereld. Waar de begane grond nog gevuld is met beelden van mensen, koningen, helden en een enkele mythologische figuur is de zolderverdieping het domein van de fantasie. Trollen, dieren, ornamenten, reliefs, goden en godinnen, nymfen, saters en andere wezens uit een parallelle wereld staan er in ogenschijnlijke wanorde tussen de balken en gebinten.

 

De combinatie van schemerig daglicht en helle spots schept een speciale sfeer. Het is of al die roerloze figuren plotseling in hun verschillende poses verstard zijn, omdat er een bezoeker opdook. Hield die arcadische drinker zijn beker zojuist ook zo vast? En keek die tuinnimf daarnet niet ergens anders? Een sluitertijd van 1/125e seconde is misschien te langzaam om hun beweging vast te leggen, maar waarschijnlijk eerder te snel. Niets garandeert me dat die roerloze figuren daar op zolder echt roerloos zijn. Dat ze alleen bewegen als er niemand kijkt. Sneller dan het oog of de camera kan volgen – of juist heel langzaam, dat past meer bij hun aard. Een balllet van stenen beelden dat niemand waarneemt, op de tonen van een menuet dat millennia duurt. 

 

En ineens ben ik verdwaald in het gedicht van Vasalis: “ik droomde dat ik langzaam leefde, langzamer dan de oudste steen”. Buiten die droom zie je niets, er is alleen de verdenking dat er leven in de steen schuilt. Maar in de droom zie je het bevallige ballet van de beelden. En als je na ettelijke eeuwen die zolder weer betreedt zie je dat de drinker zijn beker aan de mond heeft gezet, en dat de tuinnimf haar blik weer omhoog heeft gewend.

Verder in dit blog
Danish DA Dutch NL English EN French FR German DE Italian IT