Kijken
(met en zonder camera)

Voor en over de camera

Gelukkig is dit geen kijk- maar een fotoblog, dus alles waar geen camera aan te pas is gekomen valt af: scheelt al gauw een paar honderd berichten. Verder telt alles: wat gefotografeerd, hoe, waarom, waarmee – het internet is geduldig.

Misschien geldt dat minder voor mijn lezers. Het risico bestaat dat ik me mee laat slepen door mijn enthousiasme, doordram over oninteressante onderwerpen of domweg foto’s laat zien die het aankijken niet waard zijn. Vandaar het pennetje onderaan deze kolom. Geef gerust kritiek, ik heb erom gevraagd. Aan de andere kant: loftuitingen mogen ook.

Reageren?
Klik hier

Fimbulzomer

“Fimbulzomer in Italie”, 6 juni 2020

Sony A7Rii, Samyang 14mm 2.8 @ f/8, 1/1250, ISO 100

 

In de Noorse mythologie is de Fimbulwinter de drie winters lange zomerloze periode van sneeuw, vorst en duisternis die voorafgaat aan Ragnarok, de val der goden. Die Noorse mythologie is sowieso niet echt opgewekt. In de kou en de duisternis maken de mensen elkaar af, daarna lopen de continenten onder, verslinden twee reusachtige wolven de zon en de maan en sproeit de gigantische Midgaardslang zijn gif over de wereld. Tot overmaat van ramp ontsnapt de kwaadaardige vuurgod Loki, die de dood van voorjaarsgod Balder op zijn geweten heeft. Hij opent de poorten van de onderwereld en de reuzen en andere monsters, die daar vanaf het begin der tijden opgesloten hebben gezeten, trekken onder Loki’s leiding op tegen de goden. Aan het eind van de strijd rest er zelfs geen puinhoop meer: de hele schepping is verdwenen. Zoals onder natuurkundigen de hypothese leeft van de “Big Crunch” als tegenvoeter van de Big Bang, zo wisten de Noren al dat alles zou eindigen in niets.

 

Archeologen herleiden de verhalen over de Fimbulwinter tot de duistere periode rond de zesde eeuw, toen er (ook?) een klimaatcrisis heerste. Waarschijnlijk waren vulkaanuitbarstingen de oorzaak van de mini-ijstijd, die vanaf het jaar 536 volksverhuizingen, het ineenstorten van het Romeinse rijk , misoogsten, hongersnood en massasterfte op zijn kerfstok had. In China viel in augustus sneeuw, de zon verduisterde tijdens een veldslag tussen Byzantijnse soldaten en stammen binnenvallende Vandalen, jaarringen van bomen uit die tijd duiden op minimale groei, archeologische vondsten laten vooral verval zien. Pas eeuwen later was de wereld weer een beetje op orde: de islam ontstond, er werden nieuwe burchten en steden gebouwd, men trok weer ten strijde en oganiseerde zelfs invasies en kruistochten, kortom, de beschaving hernam haar loop.

 

En nu, 1500 jaar later, beleven we opnieuw een extreem droog voorjaar, horen we hoe overal bossen branden, maakt een virus uit een ver land overal slachtoffers, zeggen we massaal vliegreizen en vakanties af, blijven we vrijwillig of verplicht maanden binnen uit angst voor ziekte, dood of een boete en vragen we ons af of de regering, de medische wetenschap, de farmaceutische industrie of een hogere macht er misschien voor kan zorgen dat het weer goed komt. 

 

Terwijl de rijksten langzamerhand weer naar buiten komen uit de paleizen waar ze zich verschanst hebben en de armen opgelucht zijn dat ze nog altijd een beetje hebben roepen onze bestuurders ons toe dat ze het geweldig gedaan hebben en dat we nu vooral door moeten gaan waar we gebleven waren.

Maar ik geloof ze niet. De doden zijn geteld voor zover we vonden dat we ze moesten testen en tellen, de verliezen worden genomen, voorzover ze niet op anderen afgewenteld kunnen worden. De zon schijnt nog dagelijks, er zijn weer mensen op straat, maar op de een of andere manier zijn de kleuren minder stralend, de straten leger, het licht valer. Zelfs de hoop is flets. Ja, we gaan weer open. Allemaal naar de kroeg, de winkel in, en zo gauw mogelijk op vakantie, zodat het perpetuum mobile van uitgeven en verdienen weer op gang kan komen. Maar om de hoek ligt de volgende catastrofe op de loer.

 

De Fimbulwinter is een fabeltje. De wereld vergaat niet na drie seizoenen van sneeuw en duisternis, maar na een Fimbulzomer, die jaren duurt. Daarin wordt het steeds heter en droger, terwijl iedereen nog gauw de laatste restjes uit de pan, die wereld heet probeert te schrapen. De enige kou in de Fimbulzomer zit in de harten van de mensen, als anderen een beroep doen op hun mededogen.

 

Verder in dit blog
Dutch NL English EN French FR German DE Italian IT